Verhaal van pand 66. Nederlandse, later Germaanse SS

Voorman Feldmeijer komt naar de Maliebaan

In april 1941 zijn er verhuisactiviteiten op Maliebaan 66, zo ongeveer in het midden tussen het aartsbisschoppelijk paleis en de vestiging van de Sicherheitspolizei. Daar voegt de Nederlandse SS zich bij de bevoorrechten die tijdens hun werk op de Maliebaan mogen uitkijken. En daarmee heeft Mussert een van zijn belangrijkste tegenstrevers (zeg maar: vijanden) bij zich in de buurt, schuin aan de overkant: Henk Feldmeijer, de Voorman van de Nederlandse SS.

De spanningen en irritaties tussen Mussert en Feldmeijer lopen snel op. En ook tussen het Hoofdkwartier en de ‘overkant’, zoals het SS-kantoor al snel heet. De heren spioneren en klikken tegen de klippen op. De tweede man van de NSB, Kees van Geelkerken, had in het najaar van 1940 al de Centrale Inlichtingen Dienst opgericht, een heuse spionage-afdeling binnen de NSB-organisatie. Die dienst is nogal intern georiënteerd en vooral geïnteresseerd in de gang van zaken binnen de Nederlandse SS. Zodra hij van dit initiatief hoort, verbiedt Feldmeijer de leden van de SS onmiddellijk om medewerking te verlenen aan de CID. Zijn antwoord is in stijl: hij richt een eigen spionagedienst op. En niet zonder succes, hij heeft zelfs informanten in de buurt van secretaris-generaal Huygen, de bureauchef van het Hoofdkantoor.

Het volgende conflict tussen Mussert en Feldmeijer betreft de eed op Hitler. Het plan om alle Nederlandse SS’ers te laten zweren dat ze de Germaanse Führer tot in de dood zullen gehoorzamen valt verkeerd bij Mussert. Hij proeft in dit idee dat de Nederlandse SS, die een afdeling is van de NSB, hiermee geheel aan zijn controle wordt onttrokken. Hij protesteert, probeert een brief aan Hitler te schrijven (wat Seyss-Inquart tegenhoudt; alle brieven aan Hitler moeten via hem) en toont zich weigerachtig. Omdat in die tijd de strijd tegen de Sovjet-Unie begint en de Duitsers zien aankomen dat ze veel Nederlandse strijders nodig zullen hebben, willen ze Mussert niet voor het hoofd stoten: de NSB is een aanzienlijk reservoir voor strijdkrachten, dat reservoir kunnen ze niet missen. Mussert slaagt erin met zijn protesten de eed op Hitler enige tijd uitgesteld te krijgen. Hij heeft voorgesteld dat hij als eerste de eed op Hitler zal afleggen, en hij krijgt de toezegging dat dat zal gebeuren, in december bij zijn volgende bezoek aan de Führer in Berlijn.

Het is duidelijk dat het tussen Feldmeijer en Mussert nooit meer goed zal komen. De Duitse autoriteiten zien dat met gemengde gevoelens aan – de onderlinge strijd heeft wel z’n voordelen, maar schept niet de atmosfeer die nodig is om het gehele Nederlandse volk te winnen voor de nationaalsocialistische heilsleer. In een van zijn rapporten schrijft Rauter in dat verband aan zijn hoogste baas, Reichsfuhrer SS Heinrich Himmler:

‘Feldmeijer is van mening dat ze Mussert naar het Oosten zou moeten laten reizen. Hij zegt: als Mussert daar iets overkomt, zal hij de mooiste toespraak houden die hij ooit in zijn leven heeft gegeven.’

Terug naar pand 66. Nederlandse, later Germaanse SS