Verhaal van pand 53. Oosterkerk, plaats van samenkomst verzetsgroep-Albrecht

Spionage in de Oosterkerk

Op de hoek van de Maliebaan en de Burgemeester Reigerstraat, op nummer 53, heeft tot 1987 de Oosterkerk gestaan. Vanaf het najaar van 1943 krijgt het gebouwe opeens een geheime extra functie krijgt: het wordt de ontmoetingsplaats voor de Utrechtse leden van de spionagegroep Albrecht. Het is een onopvallende plek: veel gereformeerden hebben de gewoonte op zondag twee keer naar de kerk te gaan, dus het valt niet op als daar mensen op afkomen, die niet alleen hun kerkelijke plichten vervullen, maar er ook informatie uitwisselen. De groep-Albrecht is opgezet vanuit Londen. Geheim agent H.G. de Jonge wordt in maart 1943 gedropt in Drenthe, en gaat onder de codenaam Albrecht een netwerk opbouwen dat informatie moet verzamelen over militaire en economische activiteiten van de Duitsers in Nederland. Uiteindelijk wordt dat een van de meest succesvolle spionageprojecten van de hele bezettingstijd.

In de Oosterkerk ontmoeten de leden van de Utrechtse tak elkaar, mensen als Tom van Doorn, een student veeartsenijkunde, en Roelof Terpstra, een student Indisch recht. Veel te studeren valt er niet meer, omdat in het voorjaar de universiteit lange tijd gesloten is geweest en voor toegang tot de universiteit de loyaliteitsverklaring moet worden getekend: dat is het moment dat het merendeel van de studenten onderduikt, en sommigen zich actief met illegale projecten gaan bezighouden.

Landelijk verantwoordelijk wordt naderhand de Utrechtse student Kees Brouwer, die inmiddels is afgestudeerd in Indisch recht. Hij heeft heel wat studievrienden, vooral van de christelijke studentenvereniging SSR, ingeschakeld om de Utrechtse afdeling te runnen, zelf gaat hij in Rotterdam de organisatie verder leiden en het contact met Engeland verzorgen. Zijn zus Nel is koerierster in Utrecht. De groep-Albrecht werkt vanuit verschillende, wisselende studentenkamers en doet dat zo zorgvuldig dat er nooit leden zijn gearresteerd, al scheelt het soms niet veel.

De leden hebben in Utrecht een zogenaamde ‘krijgsmacht-encyclopedie’ op de kop kunnen tikken, waarin alle onderscheidingstekens van het Duitse leger staan afgebeeld. Met behulp daarvan kunnen ze uitvinden welke onderdelen in de regio gelegerd zijn, wat hun veldpostnummers zijn en waar de commandoposten zitten. Ze werken allemaal zonder fototoestellen, en ze doen hun waarnemingen zo onopvallend mogelijk op de fiets: veiligheid voor alles. Maar inventief zijn ze zeker: Tom van Doorn, die beschikt over een motor en een groene esculaap, meldt zich na een bombardement op vliegveld Soesterberg bij de wacht en zegt: ‘Ik  ben dierenarts en kan medische hulp bieden. Als jullie geen Nederlanders op het terrein willen hebben, ga ik weer verder.’ De wacht aanvaardt zijn aanbod graag, en daardoor kan Van Doorn zijn ogen op de vliegbasis goed de kost geven. Het Utrechtse Albrecht-centrum dient als verzamelstation voor allerlei informatie uit de noordelijke provincies. Van hier rijden dan de Utrechtse koeriersters naar Rotterdam, meestal op de fiets, waar het materiaal wordt gesorteerd en voorbereid voor verzending naar Engeland, via de zender of per beveiligde post.

Behalve de Oosterkerk is ook een winkel voor naaldvakken pal in de buurt een centrum voor Albrecht-activiteiten: om de hoek van de Maliebaan zit zo’n winkel in de Burgemeester Reigerstraat. Op de bovenverdieping ontmoeten  koeriersters elkaar en wachten ze op hun volgende opdracht.

Terug naar pand 53. Oosterkerk, plaats van samenkomst verzetsgroep-Albrecht