Verhaal van pand 92. (tot 1943) Appartement Frits Elzas (vicevoorzitter Joodse Raad Utrecht)

Samenwerking tussen Joodse Raad en corrupte politieman

http://www.youtube.com/watch?v=bbNzVdQSgBI

In de vervolging en deportatie van Utrechtse joden speelt een speciale afdeling van de lokale politie een belangrijke rol. Die afdeling heet Centrale Controle, en heeft van hoofdcommissaris Kerlen de opdracht gekregen zoveel mogelijk joodse inwoners op te sporen en voor deportatie over te dragen. Aan het hoofd van die afdeling staat, ongeveer vanaf najaar 1942 tot najaar 1943, Jan Smorenburg, een NSB-lid die zijn werk met overgave verricht en vooral gevoelig is voor de materiële kant ervan.

Daarbij heeft Smorenburg een vorm van samenwerking opgezet met Frits Elzas, de vice-voorzitter van de Joodse Raad Utrecht. Hij heeft een appartement op Maliebaan 92. Elzas en Smorenburg werken in 1943 nauw samen, ze hebben daar allebei een belang bij. Elzas doet zijn best om bemiddelde joden zich te laten vrijkopen, en Smorenburg heeft er zelfs twee voordelen aan: hij vangt er grote bedragen voor, en kan bovendien na de oorlog met recht beweren dat hij joden indirect het leven heeft gered.

De twee hebben een hoogst eigenaardige band, met hoogst eigenaardige humor. Elzas roept, als hij Smorenburg ontmoet, meestal: ‘Hé, landverrader.’ En dan antwoordt Smorenburg, met een grijns: ‘Hé, smerige rotjood.’ Hun samenwerking gaat heel ver. Omdat Elzas niet meer mag reizen, neemt Smorenburg hem geregeld mee in de politieauto naar de Amsterdamse vestiging van de Joodse Raad. Dat klinkt ongelooflijk, maar het is na de oorlog bevestigd door de secretaresse van professor David Cohen, de voorzitter van de Joodse Raad van Amsterdam. Mevrouw De Lange getuigt dan:

‘Frits Elzas kwam bijna elke week in het gebouw van de Joodse Raad om verschillende aangelegenheden betreffende joden te bespreken. Hij heeft mij wel eens verteld dat hij in een auto van de politie naar Amsterdam werd gebracht.’

Dat gaat zo: Smorenburg moet voor overleg en instructie geregeld langs bij de leiding van de Sicherheitspolizei, Maliebaan 74. En daarna pikt hij in één moeite door Frits Elzas op, negen huizen verder, op 92. En dan rijden ze naar Amsterdam en bespreken ze onderweg hun bijzondere zaken.

Waarom die samenwerking, en hoe ging het in z’n werk? De vraag is niet zo eenvoudig te beantwoorden. Details over de deals die Elzas en Smorenburg sluiten zijn niet bekend: Smorenburg zwijgt erover tijdens zijn rechtzaak en Frits Elzas kan er niet meer over getuigen. Hij is in 1944 naar Theresienstadt gedeporteerd, vandaar naar Auschwitz doorgevoerd en eind augustus 1944 in Auschwitz om het leven gekomen. Vast staat dat Elzas alles doet om zoveel mogelijk joden van deportatie te redden. Samenwerking met en omkoping van de politie past in dat streven.

Terug naar pand 92. (tot 1943) Appartement Frits Elzas (vicevoorzitter Joodse Raad Utrecht)