Reactie van Marian van Egdom

Geboren op 13 september 1943 heb ik tot mijn achttiende op Maliebaan 123 gewoond. Mijn moeder verhuurde kamers aan meisjesstudenten, zo heetten die toen. Ons huis, zo pal tegenover de SD was een uitstekende plaats om illegale berichten uit te typen (de studentes) en te verspreiden (dat deed mijn moeder, mijn vader hoorde dat pas na de oorlog).
Mijn enige herinnering uit de oorlog is dat ik in de kinderstoel zit in onze huiskamer. Het raam is op een kier opengeschoven en daar legt een vriendelijke meneer een tros druiven voor mij neer op de vensterbank. De consternatie die dat gegeven heeft… Ik begreep er niets van.
Het rare van dit verhaal is dat het niet tot de verhalen uit de oorlog hoorde, die altijd verteld werden. ‘De druiven van zo’n mof’ en de verontwaardiging daarover, zijn maar één keer ter sprake geweest toen ik een jaar of zes was en niemand geloofde dat ik dat zelf had onthouden. Het is dan ook verder nooit meer ter sprake geweest. Ik heb het dus, tot nu, lekker voor mezelf gehouden want de kwaadheid die het alsnog toen teweeg bracht, was zo heftig.
Overigens, wat leuk om iets over Jan van Ham (nr 107) te lezen en over Jetske Lensky. Toen Jetske 17 was – en ik ook- noemde ze zich Bora en had zij de ambitie om zangeres te worden. Ze woonde toen in Amsterdam en ik heb haar geinterviewd voor Nieuwe Generatie, een jeugdrubriek in het Utrechtsch Nieuwsblad. De Maliebaan is toen niet ter sprake gekomen, ik denk dat we niet wisten dat we in onze jeugd zo dicht bij elkaar gewoond hebben en Jan van Ham kenden.

 

Terug naar Reacties