Verhaal van pand 35. Hoofdkwartier NSB

Musserts lijfwachten

In het souterrain van het hoofdkwartier op Maliebaan 35, en ook in een huisje dat speciaal daarvoor in de enorme tuin van dat pand is opgetrokken, bevindt zich een kern van getrouwen van de Leider van de NSB, Musserts lijfwacht.

Het zijn wat oudere WA’ers, die kort na het begin van de Duitse bezetting het uniform opnieuw mogen aantrekken omdat hun organisatie weer is toegestaan. De commandant van de lijfwacht is een zekere Willem Hein, een oude getrouwe in de NSB-gelederen. Bij zijn functie hoort een salaris van 300 gulden in de maand, dat is in 1940 een bovenmodaal inkomen. Ook de WA-mannen die het uitvoerende werk doen krijgen een heel behoorlijk loon. Dat kan ook gemakkelijk, want direct na de komst van de Duitsers kan de penningmeester van de NSB maandelijks ongeveer 300.000 gulden bijschrijven (wat vandaag zou neerkomen op zo’n 1,8 miljoen euro). Geldzorgen kent de beweging vanaf mei 1940 niet meer; de bezetter koopt er de loyaliteit van de NSB mee en brengt deze kosten eenvoudig ten laste van de schatkist.

Lijfwachten moeten wel aan minimale fysieke voorwaarden voldoen. Aanvankelijk zijn die nogal vaag, maar Tessel Pollmann, schrijfster van het boek Mussert & Co, heeft ontdekt dat ze in 1941 op papier zijn gezet: een lijfwacht van Mussert moet de 100 meter kunnen lopen in 14 seconden, en – bijvoorbeeld – met een slingerworp een bal 35 meter weg kunnen gooien. De eisen worden iets lager naarmate de kandidaat-lijfwachten ouder zijn.

Als Mussert thuis is op de Nassaulaan, staan er altijd twee gewapende lijfwachten voor zijn huisdeur. Als hij bezig is op de Maliebaan 35, staan er in principe twee voor zijn werkkamer en een in de achtertuin. Er is een foto waar de lijfwachten gezamenlijk opstaan. Ze poseren met een paar Duitse gasten, collega-lijfwachten van een hoogeplaatste Duitser die op bezoek is. Het zijn zo te zien mannen met beroepstrots, ze stralen uit dat ze het een eer vinden voor hun Leider te werken en dat ze zich bewust zijn van het gewicht van hun functie.

Maar vooral in het begin is het werk niet zo gemakkelijk. Zo beschikken ze in het begin maar over drie pistolen, een voor commandant Willem Hein, twee voor de mannen die de wacht houden bij Musserts huis. Later komen ze wat ruimer in het wapentuig te zitten. Het werk heeft ook onaangename kanten, met name door de bejegening van het publiek. Ze hebben vaak te maken met pesterijen. Er fietsen geregeld mensen langs die opmerkingen maken, en beledigingen roepen. Passerende meisjes roepen tegen elkaar: ‘Hou je neus dicht, daar zijn NSB’ers’.

Willem Hein zal worden opgevolgd door een man, die al eerder was aangesteld als Musserts adjudant: Tonny Kessler (1890). De leiding over de lijfwacht gaat hij erbij doen. Voor de NSB is hij een ideale medewerker: hij hoeft geen salaris te ontvangen, hij komt uit een schatrijke familie en is financieel onafhankelijk. Kessler hanteert een totaal andere stijl dan zijn voorganger: hij is voor Musserts lijfwachten een vertrouwenspersoon, hij bouwt een persoonlijke band met ze op en zorgt voor sfeer en samenhang, onder andere door het organiseren van gezamenlijke maaltijden.

Terug naar pand 35. Hoofdkwartier NSB