Verhaal van pand 40. Rooms-katholiek aartsbisdom

Het ongeluk van aartsbisschop De Jong

https://www.youtube.com/watch?v=owvaw5UNv5I&user=Aan%20de%20Maliebaan

Donderdag 27 juli 1944: aartsbisschop Jan de Jong is op weg van zijn bisschoppelijk paleis aan de Maliebaan naar Overijssel. Reizen is geen sinecure in de zomer van 1944. Er is geen benzine meer te krijgen. Auto’s kunnen alleen nog de weg op als ze een gasgenerator achter zich aanslepen, of als ze enorme hoeveelheden gas vervoeren, die de motor aan de gang houden. De chauffeur van de bisschoppelijke huurauto heeft vandaag een enorm gevaarte achter zich: een aanhangwagen met zeven langwerpige, liggende cilinders met gas. Het stuurt niet bepaald gemakkelijk, zo’n gevaarte achter de auto. Het gaat vandaag niet om een wereldreis, De Jong is onderweg in zijn aartsbisdom, hij gaat een paar dagen naar zijn broer in de pastorie Mariënheim onder Raalte. Hij is blij met die zeven cilinders, daarmee moet je 200 kilometer kunnen rijden, veel meer dan met de gebruikelijke vier cilinders, waarmee je voortdurend voor een veel te druk tankstation komt te staan. Om half twaalf, bij Millingen op de Veluwe, haalt chauffeur Jan Koot een wagen van de Wehrmacht in, op een dalende weg. Hij remt wat af, maar de aanhangwagen met gascilinders achter hem begint te slingeren. Er komt een tegenligger aan, die ook grote moeite heeft om koers te houden. Het gaat mis, de wagens raken elkaar, het gas vliegt in brand, er ontstaat een steekvlam van meters lang. Chauffeur Jan Koot ziet dat de aartsbisschop bewusteloos achterin de wagen ligt. Hij snelt toe en draagt De Jong naar buiten. De steekvlam dooft, de kapotgeslagen cilinder is snel leeg. De Jong ligt in de berm, vraagt zachtjes waar hij is en wat hij daar doet. De ziekenwagen is gebeld en komt een kwartier later aan. In  het St Liduina Ziekenhuis in Apeldoorn blijkt De Jong een hersenschudding te hebben. Hij krijgt absolute rust. Het is een lange opname, van eind juli tot begin oktober. Voor de tweede keer in ruim anderhalf jaar is de aartsbisschop langdurig uitgeschakeld.

Op 10 september zingen de zusters in Apeldoorn hem toe voor zijn verjaardag, er is een telefoonlijn met de Maliebaan geregeld, zodat ook zijn medewerkers in Utrecht hem kunnen gelukwensen en moed inspreken. Een week later zit de aartsbisschop, daar in dat Apeldoornse ziekenhuis, ineens midden in de oorlog: de luchtlandingen, de aanval op Oost-Nederland, de gevechten rond Arnhem. Het wordt druk in het ziekenhuis, overal liggen gewonden. De Jong wil weg. Hij spreekt af met zijn staf in Utrecht dat hij op een mistige dag stiekem zal worden weggehaald. Maar opeens staat hij op 4 oktober zelf voor de deur van Maliebaan 40, meegenomen door een ploeg van het Rode Kruis. Hij is klaar voor de laatste fase van de oorlog, de zwaarste.

Terug naar pand 40. Rooms-katholiek aartsbisdom