Verhaal van pand 72bis. M.A. Tellegen/J. Schwartz

Geld voor de spoorwegstakers

https://www.youtube.com/watch?v=eqZ9lgjJLGQ&user=Aan%20de%20Maliebaan

Op de dag van het begin van Market Garden, 17 september 1944,  breekt in Nederland de spoorwegstaking uit, waartoe de Nederlandse regering in Londen oproept. De staking moet de geallieerde operaties ondersteunen en de aanvoer van Duitse troepen en Duits materieel moeilijker maken.

Over Radio Oranje klinkt de afgesproken codeboodschap, in feite een stakingsparool: ‘De kinderen van Versteeg moeten allen onder de wol.’  Versteeg is de afgesproken schuilnaam van NS-directeur Hupkes. Het is nogal een probleem dat lang niet iedereen die boodschap heeft gehoord. Hupkes zelf is die dag toevallig op de golfbaan, hij was aan wat rust en ontspanning toe. Als hij bij thuiskomst hoort wat er is gebeurd, duikt hij onmiddellijk onder, in Maartensdijk. Mede-directielid Giesberger hoort van de oproep, maar vreest een Duitse val. Hij krijgt dan telefonisch contact met Marie-Anne en hoort wat er aan de hand is. Alle 30.000 spoorwegmensen moeten het werk neerleggen en zo snel mogelijk onderduiken om te voorkomen dat de bezetter hen met geweld aan het werk zet. Het vergt een zeer ingewikkelde organisatie, en Marie-Anne Tellegen neemt, vanuit haar appartement aan Maliebaan 72bis, naast het kantoor van de Sicherheitspolizei, daarin een centrale rol. Ze gaat de financiering regelen: die 30.000 NS-medewerkers moeten geld krijgen om illegaal verder te leven. Aanvankelijk had de NS-directie daarvoor een fors bedrag gereserveerd, een extra maand salaris voor het hele personeel. Bij de uitvoering doen zich dan twee problemen voor: het is lastig om dat geld in contanten los te krijgen uit het boekhoudkundig apparaat van de NS. En bovendien is het veel te weinig: er is op gerekend dat de staking maar een paar dagen, hooguit twee weken zal duren – dan zullen de Duitsers toch wel verdreven zijn. Maar dat loopt anders, de spoorwegstaking zal acht maanden duren.

Marie-Anne Tellegen, die voortreffelijke  contacten heeft in de meeste geledingen van het verzet, zorgt ervoor dat ook het Nationaal Steun Fonds kan worden aangesproken. Daarin zit geld dat op onnavolgbare wijze uit de kassen van de Nederlandsche Bank wordt weggesluisd naar het verzet, allemaal keurig verantwoord via een systeem van schuldbewijzen. Miljoenen guldens komen daardoor beschikbaar. Het transport van dat geld gaat via koeriersters – ze fietsen rond met zogeheten ‘roggebroodjes’, paketten van vijfhonderd biljetten van honderd gulden. Dat geld moet verdeeld worden onder de gezinnen van de stakers, en de onderduikgevers.

In Utrecht, op de Maliebaan 72bis, heerst vanaf het begin van de staking koortsachtige activiteit. Marie-Anne Tellegen en haar assistente Janneke Schwartz werken dag en nacht om de financiering van de spoorwegstaking rond te krijgen. Schwartz fietst daartoe geregeld naar Maartensdijk om met spoorwegdirecteur Hupkes te overleggen. Tellegen bewijst haar organisatie- en improvisatievermogen. De eerste drie weken van de spoorwegstaking kunnen als haar ‘finest hour’ gelden. Haar biograaf W.H. Weenink schrijft niet voor niets:

‘Zo’n krachtige positie als verbindende en dirigerende centrale figuur die de touwtjes in handen heeft of neemt, zal ze daarna in het verzet niet meer hebben.’

Terug naar pand 72bis. M.A. Tellegen/J. Schwartz