Verhaal van pand 74. Sicherheitspolizei

Executies in de tuin van nummer 74

http://www.youtube.com/watch?v=UPP_NV8oTgA

Het is donderdag 25 januari 1945, het vriest, er ligt sneeuw. Kriminal-Obersekretär Hermann Neumeier kijkt door het gordijn van zijn werkkamer van Maliebaan 74, en ziet op straat drie mannen. Hij vindt ze verdacht, houdt ze scherp in de gaten. Een van de mannen blijft op vijftig meter afstand staan, de twee anderen lopen naar de brandgang die naast het gebouw van de Sicherheitspolizei ligt. Neumeier loopt de kamer uit en gaat naar buiten. De ene man hangt half over de schutting, de andere helpt hem daarbij. Ze willen kennelijk kijken wat er achter het SiPo-gebouw te zien is. Neumeier denkt aan een aanslag op de telexcentrale, of de voorbereiding van een bevrijding van arrestanten en komt in actie. Hij grijpt, met het pistool in de aanslag, de man op de schutting bij zijn mouw en trekt hem naar beneden. Neumeier houdt ze beiden in bedwang en drijft ze onder bedreiging met het pistool over straat, hij wil door de voordeur weer naar binnen. Neumeier vraagt wat ze aan het doen waren. Ze ‘zochten een vriend’. De SiPo-chef weet dat dat niet waar is, hij heeft de derde man buiten zien staan, die staat er nog steeds, maar maakt zich nu uit de voeten, in de richting van de Biltstraat. Neumeier roept hulp, Hermann Tewes en agent Jan Vroon snellen toe en fouilleren de mannen. Daarbij komt een FN-pistool tevoorschijn, kaliber 9 mm. Een van de twee mannen draait zich om en grijpt naar een van de machinepistolen, die daar in die kamer op een rek staan opgesteld. Tewes is hem voor, waarop de verdachte wegrent en dwars door het raam heen springt. De andere verdachte probeert intussen de hal in te vluchten om door de voordeur weg te komen. Dat mislukt, hij wordt vastgehouden. Maar de man die door het raam is gesprongen weet te ontsnappen, hij rent rechts over de Maliebaan, langs het paleis van de aartsbisschop, naar de Nachtegaalstraat en vandaar weer de eerste zijstraat in. Maar ver komt hij niet, twee politieagenten hebben hem zien wegrennen en zetten, met succes, de achtervolging in. Daarbij is hij in zijn schouder geschoten. Bloedend wordt hij weer naar de Maliebaan gebracht.

Er volgt een verhoor. Daarbij blijkt het te gaan om twee Utrechters, Jo Siljade en Gerrit van Stokkem, beiden lid van de Knokploeg 3, uit de Kanaalstraat en omgeving. Beiden zijn werknemers van Jaffa, de machinefabriek die is ingeschakeld in de productie van generatoren voor de Wehrmacht. Beiden zijn betrokken geweest bij een sabotageactie die de week ervoor de fabriek heeft stilgelegd – Neumeier is daarom nogal trots op zijn (toevallige) vangst.

Hij besluit dat het tijd is om zijn chef in kennis te stellen. Hij telefoneert met de Euterpestraat in Amsterdam en krijgt zijn superieur Willy Lages aan de telefoon. In zijn verklaring na de oorlog – andere informatie is er niet over – verklaart Neumeier dat Lages hem de opdracht geeft beide verdachten onmiddellijk te fusilleren. Neumeier verklaart verder dat hij over dat bevel zo zijn twijfels heeft en dat hij het daarom hogerop zoekt: hij belt met Eberhard Schöngarth in Den Haag, de tweede man in de SS-hiërarchie onder Rauter. Hij bevestigt het bevel van Lages: direct neerschieten.

En zo gebeurt het. Neumeier kwijt zich persoonlijk van deze taak. Hij laat Siljade en Van Stokkum naar de tuin van het SiPo-pand brengen, stelt ze daar op en schiet ze door het hoofd. De Maliebaan is nu ook executieterrein geworden.

 

 

Terug naar pand 74. Sicherheitspolizei