Verhaal van pand 74. Sicherheitspolizei

Een Utrechts meisje op Maliebaan 74

Al die kantoren, al die instituten en organisaties aan de Maliebaan zorgen natuurlijk voor aanzienlijke werkgelegenheid. In principe is er uitsluitend plaats voor mensen met een politieke overtuiging die aansluit bij die van de bezetter, al zal dat voor sommige ondersteunende functies niet gegolden hebben. Maar als Erna Boomsma, een 22-jarig meisje uit Utrecht met een echt NSB-hart, zich bij de Sicherheitspolizei meldt voor de functie van secretaresse-typiste, is ze van harte welkom.

Erna woont in de Mauritsstraat, vlakbij het Wilhelminapark en betrekkelijk dicht bij de Maliebaan. Ze is van juli 1922, dus nog zeventien als de Duitse bezetting begint. Een paar maanden later, als ze achttien is geworden, meldt ze zich aan als NSB-lid. Dat komt voornamelijk door de invloed van haar broer, die dan al acht jaar lid is. Haar motivatie is nogal overzichtelijk: ze voelt zich aangetrokken door de sfeer die de NSB uitstraalt, de vlaggen, de uniformen, de muziek. Ze blijft de hele oorlog lid, ze betaalt daarvoor 1,50 gulden per maand aan contributie. Fanatiek lid is ze niet, ze bezoekt geen vergaderingen en ze is ook nooit in een of ander partij-uniform gesignaleerd. Maar daar staat dan weer tegenover dat ze bij verschillende aan de NSB verwante organisaties gaat werken, vanaf het moment dat ze met een diploma secretaresse (bij Schoevers gehaald) op de arbeidsmarkt verschijnt. De meeste van die baantjes hebben het nadeel dat ze er nogal ver voor moet reizen.

Per 1 september gaat een wens in vervulling: ze kan heel dichtbij huis aan de slag, bij de Sicherheitspolizei, Maliebaan 74. Ze wordt er secretaresse-typiste en verdient een salaris van 145 gulden in de maand, lang niet slecht voor haar leeftijd en ervaring. Hoewel het officieel niet tot haar taak behoort, wordt ze af en toe ook ingeschakeld als tolk: op het bureau van de SiPo worden dagelijks Nederlandse verdachten of getuigen verhoord, en de Duitse agenten hebben dan hulp nodig. Ze is nog pas een paar dagen in dienst als ze het verhoor moet vertalen van een zekere Jacobs uit de Poortstraat in Utrecht. Deze man is bij binnenkomst stevig mishandeld, dat ziet Erna op het eerste gezicht al. Haar hoogste chef, Hermann Neumeier, doet het verhoor. Hij slaat de verdachte met een lineaal in het gezicht. Erna Boomsma is verbijsterd. Na de oorlog zal ze in een verklaring voor de recherche verklaren:

‘Ik vond dit alles zo afgrijselijk dat ik na afloop van het verhoor naar huis ben gegaan en me voornam niet langer bij de SD te blijven.’

Daar houden ze niet van, bij de Sicherheitspolizei. Ze wordt van huis gehaald, door een van de SiPo-medewerkers, Hermann Tewes. Die brengt haar ervan op de hoogte dat ze maar eens met Neumeier moet gaan praten. Dat doet ze, en ze vraagt Neumeier direct, een paar dagen na haar aantreden, ontslag. De chef wil daar niet aan, uiteindelijk moet ze haar eerste maand afmaken.

Na de oorlog wordt ze gehoord over haar chef Neumeier, en hém worden ook vragen gesteld over Erna Boomsma. Erna zit meer dan een jaar in voorarrest, pas in de zomer van 1946 gaat haar proces-verbaal naar het Tribunaal dat haar veroordeelt tot een straf die gelijk is aan het voorarrest, zoals duizenden andere NSB’ers.

Terug naar pand 74. Sicherheitspolizei