Verhaal van pand 37-39. Kantoor Sicherheitsdienst

De SD-chef wil geen wasvrouwen in zijn team

Zijn kantoor is maar een paar huizen van Musserts hoofdkwartier, maar hij probeert de NSB-leider zoveel mogelijk te mijden, want hij veracht hem diep: Helmut Pröbsting, de chef van de Sicherheitsdienst, die zetelt op Maliebaan 39. Hij is al in 1942 enige tijd werkzaam geweest op de Dienststelle Utrecht van de SD, maar later gaat hij in Den Haag op het hoofdkantoor werken. Bij de geallieerde luchtlandingen in september wordt zijn kantoor daar geëvacueerd, en komt Pröbsting terug naar de Maliebaan.

Als hij in 1946 wordt verhoord in Fort Blauwkapel, vlak bij Utrecht, ontkent hij dat hij ook maar enige betrokkenheid heeft gehad bij executies van Todeskandidate. Zijn ondergeschikten verklaren allemaal het tegenovergestelde. Zo is er een typiste die voor hem werkt, die zich herinnert dat Pröbsting op een dag begin 1945 aan tafel (ze aten in dat kantoor in een speciale eetzaal) vroeg wie er aan een ‘fusillering van Hollanders’ wilde meedoen. De typiste was diep geschokt geweest, was direct naar haar kamer gelopen en had later die middag haar chef erop aangesproken:

‘Daarna verzocht ik Pröbsting niet meer in mijn bijzijn te willen spreken over fusilleringen, omdat ik dit te erg vond. Hij heeft dan ook in mijn bijzijn nimmer meer over fusilleringen gesproken.’

Een van de Nederlandse SD-agenten, Gilles de Wijs, vertelt na de oorlog dat hij bij een massa-executie in Bilthoven aanwezig was geweest. Pröbstings collega Neumeier, van de SiPo, had daar het executiebevel voorgelezen, waarop de Todeskandidaten in paniek alle kanten op gevlucht waren. De Wijs vervolgt:

‘Ik zag hoe Pröbsting met een automatisch pistool op de vluchtende gevangenen schoot en meerderen dodelijk trof. Alle gevangenen, die daar doodgeschoten moesten worden, werden op deze wijze doodgeschoten. Ook door andere leden van het vuurpeloton werd op de vluchtende gevangenen geschoten.’

Maar Pröbsting, die heel goed begrijpt dat dit verhaal hem een zeer langdurige gevangenisstraf kan opleveren, ontkent opnieuw in alle toonaarden. Hij geeft alleen toe dat hij een aantal keren manschappen heeft geleverd aan andere executiepelotons, alleen vrijwilligers. De Wijs houdt keihard vol, Pröbsting dwong zijn mensen mee te doen en liet geen enkele ruimte voor weigering. Zijn vaste uitdrukking op dat soort momenten is, volgens De Wijs: ‘Ik wil op mijn afdeling alleen mannen, en geen wasvrouwen.’

Als op 1 mei de dood van Adolf Hitler bekend wordt, houdt Helmut Pröbsting een toespraak tot zijn medewerkers. Hij verklaart dat hij altijd een echte SS’er zal blijven. Hij beëdigt zijn mannen opnieuw, nu op de nieuwe leider van Duitsland, admiraal Karl Dönitz. Maar lang duurt het dan niet meer. Pröbsting wordt opgepakt en naar Fort Blauwkapel gebracht. Zijn voorarrest duurt vijf (!) jaar. Hij is misschien wel de meest verhoorde verdachte – voor allerlei onderzoeken blijkt zijn kennis als inlichtingenman uiterst nuttig. Uiteindelijk beslist het Openbaar Ministerie dat zijn vervolging na zoveel jaar geen doel meer dient. Vijf jaar na zijn arrestatie mag hij terug naar huis, onbestraft.

Terug naar pand 37-39. Kantoor Sicherheitsdienst