Verhaal van pand Maliebaanstation

De deportaties van joden beginnen

In de Nederlandse kerke, de hervormde uitgezonderd, klinken op zondag 26 juli deze woorden, voorgelezen uit een brief die de kerkeleiders gezamenlijk hebben opgesteld:

‘De Nederlandse Kerken, reeds diep geschokt door de maatregelen tegen de Joden in Nederland, waardoor zij uitgesloten worden van het deelnemen aan het normale volksleven, hebben met ontzetting kennis genomen van de nieuwe maatregelen, waardoor mannen, vrouwen, kinderen en gehele gezinnen zullen worden weggevoerd naar het Duitse rijksgebied en onderhorigheden.’

Het is een citaat uit een telegram dat de Nederlandse kerkleiders op 10 juli samen hebben opgesteld en op 11 juli verzonden aan Seyss-Inquart, en voor de zekerheid ook aan SS-chef Rauter, Generalkommissar Schmidt en Wehrmachtchef  Christiansen. Deze laatste stuurt zijn exemplaar door aan Seyss-Inquart, met erop aangetekend het voorstel om ook de ondertekenaars te deporteren.

Vanaf 12 juli rijden er treinen met joden vanaf Amsterdam naar Westerbork, de verzamelplaats op de Drentse hei. Vanaf 15 juli rijden er treinen met joden vanaf Westerbork naar Auschwitz, in de maand juli meteen al meer dan tien. Ook uit Nederland zijn de massale deportaties begonnen. Dat de meeste inzittenden van de treinen meteen na aankomst in Auschwitz-Birkenau vergast zullen worden, weet dan nog niemand. De brief die op de preekstoelen van Nederland wordt voorgelezen bevat ook nog deze zin uit het telegram aan de nazileiders:

‘Het leed dat hiermede over tienduizenden gebracht wordt, de wetenschap dat deze maatregelen tegen het diepste zedelijk besef van het Nederlandse volk strijden,  bovenal het indruisen van deze maatregelen tegen hetgeen ons van Godswege als eis van gerechtigheid en barmhartigheid gesteld wordt, nopen de Kerken tot U de dringende bede te richten, aan deze maatregelen geen uitvoering te geven.’

De eerste deportaties betreffen joden die een oproep hebben gekregen zich te melden voor vertrek. De joden in Amsterdam zijn als eersten aan de beurt, daarna volgen die van de andere grote steden. Het eerste transport van Utrechtse joden is gepland op 18 augustus, een dinsdag. Het gaat om enige honderden, precieze aantallen zijn niet bekend. Als plaats van vertrek is niet het Centraal Station gekozen, maar het Maliebaanstation. De precieze reden daarvoor is niet bekend – vermoedelijk hoopten de autoriteiten dat het vertrek van zo’n grote groep joden minder opzien zou baren, en dus ook minder protest zou opleveren als het vanaf een in onbruik geraakt station zou gebeuren. Het Maliebaanstation was in 1939 gesloten, omdat het overbodig was geworden. Maar nu verzamelen er zich de opgeroepen leden van de circa 1300 personen tellende joodse gemeenschap van Utrecht voor hun vertrek. Op een paar honderd meter van het hoofdkwartier van de NSB, en ook praktisch onder de ogen van aartsbisschop Jan de Jong.

Die dag, 18 augustus, is misschien wel de meest ontluisterende in de geschiedenis van de Maliebaan.

Terug naar pand Maliebaanstation