Verhaal van pand 35. Hoofdkwartier NSB

De 47e verjaardag van Anton Mussert

Het is 11 mei 1941, Anton Mussert is jarig, hij wordt 47. Om elf uur in de ochtend komt de jarige aangewandeld op de Maliebaan. Hij neemt op nummer 35 de gelukwensen van zijn medewerkers in ontvangst en spreekt ze toe in de vergaderzaal van de afdeling financiën. Daarna verlaat het hele gezelschap het hoofdkwartier en zet koers naar Paushuize, het fraaie provinciehuis aan de Kromme Nieuwe Gracht, hoek Achter Sint Pieter. Inmiddels is het de werkplek van ir Frederik Müller, de vooraanstaande NSB’er en Mussert-vriend, die sinds een paar maanden commissaris der provincie is. Müller biedt de gasten een receptie aan, er zijn tientallen genodigden. Klein smetje: Seyss-Inquart ontbreekt op de verjaardag, hij laat zich vertegenwoordigen door Generalkommissar Fritz Schmidt en door zijn nieuwe vertegenwoordiger in Utrecht, dr Joachim.

Mussert zal er weinig onder geleden hebben: hij krijgt een droomverjaardag! Er is voor hem speciaal een defilé georganiseerd, dat in het jargon van 1941 ‘voorbijmarsch’ heet. Er doen wel zesduizend geüniformeerden mee, die dwars door de stad lopen en dan op de Maliebaan langs de jarige defileren. De oude, eerbiedwaardige Maliebaan, die daar al driehonderd jaar ligt, heeft zo’n spektakel nog nooit mogen meemaken. De verslaggever van het Utrechtsch Nieuwsblad noteert:

‘Inmiddels had zich voor het hoofdkwartier aan de Maliebaan een grote menige verzameld om getuige te zijn van het defilé voor de leider. De politie onder leiding van de hoofdcommissaris Schuitemaker had alle ordemaatregelen uitstekend getroffen en omstreeks drie uur begon het defilé dat in volmaakte discipline en zonder enige stoornis verliep. Op het podium recht voor het hoofdkwartier nam ir Mussert plaats, ter linkerzijde geflankeerd door de plaatsvervangend leider Van Geelkerken en ter rechterzijde door mr Zondervan, commandant der WA.’

Ook de SS paradeert over de Maliebaan, maar voorman Henk Feldmeijer is er niet bij, hij is ruim een maand eerder vertrokken om mee te vechten met de SS in de Balkan. Maar ook zonder Feldmeijer zit de sfeer er op de Maliebaan goed in. De vaandels van de diverse WA-afdelingen worden ‘eerbiedig met opgeheven hand’ gegroet. En er is muziek, hoort het UN:

‘Het kranige muziekkorps van de Jeugdstorm speelde ter zijde van het podium enige pittige marsen waarvoor de jeugdige muzikanten van de Duitse gasten een hartelijk applaus ten deel viel.’

Daarna marcheert het hele gezelschap naar stadion Galgenwaard, dat dan nog pas vijf jaar bestaat – het is gebouwd als werkgelegenheidsproject in de crisis. Op de film van het Polygoonjournaal krijgt Mussert bloemen aangeboden door een dreumes in WA-uniform, door de voice-over aangeduid als ‘de jongste WA-man’, die enthousiast de rechterarm heft. Het stadion zit vol, er staat een frisse wind, maar het meizonnetje maakt veel goed. De duizenden luisteren naar toespraken van WA-leider Zondervan en daarna van Mussert zelf. Vervolgens klinkt het zesde couplet van het Wilhelmus – het hele stadion strekt de rechterarm.

Terug naar pand 35. Hoofdkwartier NSB