Verhaal van pand 40. Rooms-katholiek aartsbisdom

Aartsbisschop De Jong getroffen door beroerte

Het is een drukke dag geweest, dinsdag de tiende november 1942, voor aartsbisschop Jan de Jong. Hij is eind van de middag nog bij de dagelijkse viering in de huiskapel geweest, heeft nog meegegeten met de avondboterham: net als veel Nederlanders eet de bisschop in die tijd ’s middags warm en ’s avonds brood. ’s Avonds klaagt Jan de Jong over hevige hoofdpijn, hij voelt zich niet goed. Jule, de huishoudster, vertrouwt het niet, zegt tegen hem dat hij moet gaan rusten. Ze roept De Jongs rechterhand erbij, mgr. Geerdinck. Deze begeleidt hem naar bed, en waarschuwt dokter Boekelman, de huisarts. Die schat de situatie blijkbaar ernstig in, hij geeft opdracht de proost van het kapittel te waarschuwen. Dat is mgr Van Schaik, die even later op de Maliebaan verschijnt. Zijn taak is de aartsbisschop te bedienen, dat is katholiek jargon voor: hem te voorzien van de sacramenten der stervenden. De dokter vreest het ergste, hij ziet de voortekenen van een beroerte. Er komt een zuster uit het nabijgelegen rooms-katholieke Antonius Ziekenhuis bij hem waken. De patiënt heeft een onrustige nacht. De volgende dag is De Jong niet aanspreekbaar: het is wel duidelijk dat hij een beroerte heeft gehad, die zijn leven voortaan in ernstige mate zal beïnvloeden.

Het bericht van De Jongs toestand brengt een schok teweeg in katholiek Nederland. Het duurt tot vrijdag voor De Jong weer een woord uitbrengt: hij vraagt hoe het staat met de geallieerde  invasie in Noord-Afrika, daar had hij kort voor zijn beroerte iets van vernomen. De tweede zondag na de beroerte wordt een brief van vicaris Huurdeman voorgelezen in alle kerken van het diocees. Daar staat in wat iedereen denkt: ‘De uiterst moeilijke tijdsomstandigheden zijn voor een niet gering deel de oorzaak geweest van deze plotselinge inzinking,’ aldus Huurdeman, ‘en die zullen ook de voornaamste belemmering vormen voor een spoedig en algeheel herstel.’

Begin december is aartsbischop De Jong wel in staat enige beleidszaken te bespreken, maar hij kan nog steeds niet lezen, wat voor bril hem ook wordt opgezet. Dan blijkt dat de aangezichtszenuw ernstig is aangetast; er moet sprake zijn van een bloeduitstorting in de hersenen. De Jong is op die tiende november in één keer een oude man geworden: op kerstavond schuifelt hij voor het eerst zijn ziekenkamer uit. Hij gaat weer langzaam aan het werk, maar blijft een verzwakte man, die moeilijk loopt en gauw vermoeid is.

In het nieuwe jaar zal hij niettemin zijn werkzaamheden weer hervatten, zo goed en zo kwaad als het gaat.

 

Terug naar pand 40. Rooms-katholiek aartsbisdom