Een spannende straat

Een spannende straat

De Maliebaan was tijdens de Duitse bezetting zonder twijfel de spannendste straat van Nederland. Er zaten veel Duitse instanties, en ook het hoofdkwartier van de NSB en een groot aantal aan die partij gelieerde organisaties. Verder woonden er verzetsmensen, zaten er joden ondergedoken en vertrokken er deportatietreinen vanaf het Maliebaanstation.

Deze website, gebaseerd op het boek Aan de Maliebaan, geeft in woord en beeld een schat aan informatie.

Plattegrond

Klik de panden aan en leer de Maliebaan kennen.

« »

Verhalen

Mussert en zijn vroegere vriend

In de strenge winter van 40/41 doet zich op de Maliebaan een bijna-ontmoeting voor, die Mussert-kenners als hoogst typerend beschouwen. Voor de aanloop moeten we terug naar de studententijd van Anton Mussert, die zich tussen 1915 en 1918 bekwaamt in de civiele techniek aan de Technische Hogeschool te Delft.

Aartsbisschop De Jong getroffen door beroerte

Het is een drukke dag geweest, dinsdag de tiende november 1942, voor aartsbisschop Jan de Jong. Hij is eind van de middag nog bij de dagelijkse viering in de huiskapel geweest, heeft nog meegegeten met de avondboterham: net als veel Nederlanders eet de bisschop in die tijd ’s middags warm en ’s avonds brood.

Joodse onderduiker, recht tegenover de Sicherheitspolizei

In dit woonhuis woonde de familie Van Ham, vader, moeder en zoontje. Zij hadden de ouders van de moeder in huis, op de eerste verdieping. Vanaf 1942 was er een joodse man ondergedoken, de violist Boris Lensky, samen met zijn vrouw, een zus van moeder Van Ham. Ze kregen in die periode op dit onderduikadres een dochtertje, Jetske. Boris Lensky had een nieuwe identiteit aangenomen – hij heette nu Karel van Marle – en kwam geregeld op straat. In die gevallen stak hij een exemplaar van het NSB-blad Volk en Vaderland in zijn zak. In het pand Maliebaan 107 was een schuilplaats geïmproviseerd, voor het geval er onraad was. Volgens mededelingen van de zoon des huizes Jan van Ham, toen een jaar of vier, is er een keer een razzia geweest op de oneven kant van de Maliebaan. Lensky hield zich toen schuil in de bergplaats. Toen hij nodig moest plassen, deed hij dat, om ontdekking te voorkomen, in een leren tabakszak. Lensky, zijn vrouw en zijn dochter zijn nog eens ijlings het huis uit geslopen, toen er bij opa en oma op de eerste verdieping een familielid met NSB-sympathieen op bezoek kwam. Ze konden bij familie elders in de stad de dag doorbrengen tot thuis de kust weer veilig was. Ze hebben de oorlog in veiligheid overleefd op Maliebaan 107, pal tegenover het kantoor van de Sicherheitspolizei.

Thee van de Maliebaan

In juni 1940, als de bezetting van Nederland amper zes weken duurt, zie je opeens in het straatbeeld een verschijnsel dat duidt op schaarste, of althans op de vrees voor komende schaarste. Midden op de statige Maliebaan zijn mannen verschenen die met ladders sommige bomen beklimmen om er de bloesem vanaf te halen, de lindebloesem.

Agenten duiken onder na kerkelijk protest

Aartsbisschop De Jong is weer voorzichtig aan het werk gegaan, al is hij nog lang niet hersteld van zijn beroerte. Maar zijn aanwezigheid aan het hoofd van de kerkprovincie is dringend gewenst: de deportaties van de joden uit Nederland gaan door, en het accent komt steeds meer te liggen op een jacht op degenen die zich niet hebben gemeld en op degenen die zich via onderduik aan melding proberen te onttrekken.

Musserts lijfwachten

In het souterrain van het hoofdkwartier op Maliebaan 35, en ook in een huisje dat speciaal daarvoor in de enorme tuin van dat pand is opgetrokken, bevindt zich een kern van getrouwen van de Leider van de NSB, Musserts lijfwacht.

Voorman Feldmeijer komt naar de Maliebaan

In april 1941 zijn er verhuisactiviteiten op Maliebaan 66, zo ongeveer in het midden tussen het aartsbisschoppelijk paleis en de vestiging van de Sicherheitspolizei. Daar voegt de Nederlandse SS zich bij de bevoorrechten die tijdens hun werk op de Maliebaan mogen uitkijken.

Geen knoop van mijn gulp voor de Winterhulp

Het aantal Duitse en aan de bezetter gelieerde instanties aan de Maliebaan neemt in het najaar van 1940 snel toe. In oktober komt op nummer 90 het kantoor van de Winterhulp te zitten, de door Seyss-Inquart in het leven geroepen Nederlandse variant van de Winterhilfe.

De SD-chef wil geen wasvrouwen in zijn team

Zijn kantoor is maar een paar huizen van Musserts hoofdkwartier, maar hij probeert de NSB-leider zoveel mogelijk te mijden, want hij veracht hem diep: Helmut Pröbsting, de chef van de Sicherheitsdienst, die zetelt op Maliebaan 39. Hij is al in 1942 enige tijd werkzaam geweest op de Dienststelle Utrecht van de SD, maar later gaat hij in Den Haag op het hoofdkantoor werken.

Een Utrechts meisje op Maliebaan 74

Al die kantoren, al die instituten en organisaties aan de Maliebaan zorgen natuurlijk voor aanzienlijke werkgelegenheid. In principe is er uitsluitend plaats voor mensen met een politieke overtuiging die aansluit bij die van de bezetter, al zal dat voor sommige ondersteunende functies niet gegolden hebben.

Bevrijding op de Maliebaan

Op maandag 7 mei 1945 maakt Utrecht de feestelijkste dag uit zijn bestaan mee: de Canadezen, met in de eerste linie de Britse Polar Bears, komen de stad bevrijden. Het wordt een dag van tegenstellingen, want die ochtend doet zich vlakbij de Maliebaan, op de Nassaulaan een dramatische schietpartij voor.

De 47e verjaardag van Anton Mussert

Het is 11 mei 1941, Anton Mussert is jarig, hij wordt 47. Om elf uur in de ochtend komt de jarige aangewandeld op de Maliebaan. Hij neemt op nummer 35 de gelukwensen van zijn medewerkers in ontvangst en spreekt ze toe in de vergaderzaal van de afdeling financiën.

Aartsbisschop De Jong krijgt Duits bezoek

Begin augustus 1941 doet zich, buiten het zicht van het publiek, een felle confrontatie voor tussen de bezetter en de rooms-katholieke kerk, en dan vooral aartsbisschop dr Jan de Jong, die resideert in zijn paleis op Maliebaan 40. Seyss-Inquart heeft besloten dat alle Nederlandse vakbonden onder de centrale leiding van NSB-coryfee Henk Woudenberg moeten komen.

De vertegenwoordiger van Seyss-Inquart

In de tweede maand van de bezetting, juni 1940, vestigt zich een belangrijke organisatie in het kolossale pand Maliebaan 15. Het wordt het kantoor van de Beauftragte van de Rijkscommissaris in de provincie Utrecht, een zekere Henning von Winterfeld.

Marie-Anne Tellegen, buurvrouw van de SiPo

Na de oorlog zal ze als directeur van het Kabinet der Koningin (eerst Wilhelmina, later Juliana) een belangrijke positie innemen, maar in de eerste maanden van 1941 is ze nog lang niet tot die hoogte gestegen: Marie-Anne Tellegen (1893) werkt bij de gemeente Utrecht als hoofd van de afdeling Maatschappelijke Aangelegenheden en Statistiek.

Geld voor de spoorwegstakers

Op de dag van het begin van Market Garden, 17 september 1944,  breekt in Nederland de spoorwegstaking uit, waartoe de Nederlandse regering in Londen oproept. De staking moet de geallieerde operaties ondersteunen en de aanvoer van Duitse troepen en Duits materieel moeilijker maken.

Een spannende straat

De Maliebaan in de oorlog, daar gaat een sterke fascinatie van uit. Prof. Wout Buitelaar, die er heel lang woonde, schreef er al een boek over, Panden die verhalen, en Maarten van Rossem wijdde er voor RTV Utrecht een tv-programma aan. Er is een radiodocumentaire over gemaakt, Utrechtse auteurs als Jeroen Wielaert en Rob van Scheers schreven erover – die avenue van precies een kilometer met al die Duitse en Nederlandse nazi-instituten blijft maar intrigeren.

Marie-Anne Tellegen steeds actiever in het verzet

Marie-Anne Tellegen, die in 1942 ontslag heeft genomen bij de gemeente Utrecht toen daar een NSB-burgemeester in de plaats kwam van haar vorige baas Ter Pelkwijk, raakt steeds dieper verzeild in het verzetswerk.

Spionage in de Oosterkerk

Op de hoek van de Maliebaan en de Burgemeester Reigerstraat, op nummer 53, heeft tot 1987 de Oosterkerk gestaan. Vanaf het najaar van 1943 krijgt het gebouwe opeens een geheime extra functie krijgt: het wordt de ontmoetingsplaats voor de Utrechtse leden van de spionagegroep Albrecht.

Een nieuwe chef van de Sicherheitspolizei

In de eerste maanden van 1944 krijgt de Sicherheitspolizei in Utrecht een nieuwe chef. Hij heet Hermann Neumeier en hij gaat als Postenführer het kantoor Maliebaan 74 leiden. Zijn benoeming heeft te maken met de overplaatsing van zijn voorganger, Hermann Thie, die een roemloos einde van zijn Utrechtse periode kende.

De vlucht van de NSB’ers

Maandag 4 september 1944, half negen. Maliebaan 35. Er staat een crisisvergadering te beginnen in het Hoofdkwartier van de NSB. Anton Mussert is erbij, en secretaris-generaal Huygen. Ook tweede man Kees van Geelkerken, en leider van de Germaanse SS Henk Feldmeijer en nog enige NSB-bestuurders. De spanning is te snijden.

Executies in de tuin van nummer 74

Het is donderdag 25 januari 1945, het vriest, er ligt sneeuw. Kriminal-Obersekretär Hermann Neumeier kijkt door het gordijn van zijn werkkamer van Maliebaan 74, en ziet op straat drie mannen. Hij vindt ze verdacht, houdt ze scherp in de gaten.

Samenwerking tussen Joodse Raad en corrupte politieman

In de vervolging en deportatie van Utrechtse joden speelt een speciale afdeling van de lokale politie een belangrijke rol. Die afdeling heet Centrale Controle, en heeft van hoofdcommissaris Kerlen de opdracht gekregen zoveel mogelijk joodse inwoners op te sporen en voor deportatie over te dragen.

De deportaties van joden beginnen

In de Nederlandse kerke, de hervormde uitgezonderd, klinken op zondag 26 juli deze woorden, voorgelezen uit een brief die de kerkeleiders gezamenlijk hebben opgesteld:

De tycoon: Frits Fentener van Vlissingen

Het heeft niet veel gescheeld of een van de meest vooraanstaande bewoners van de Maliebaan zou in de Nederlandse Unie, de snel groeiende anti-NSB-beweging uit de zomer van 1940, een leidende rol gespeeld hebben. Frits Fentener van Vlissingen, directeur van de Steenkolen Handels Vereniging en een dominante figuur onder de Nederlandse ondernemers, is in de oorlog de buurman van aartsbisschop De Jong.

Het ongeluk van aartsbisschop De Jong

Donderdag 27 juli 1944: aartsbisschop Jan de Jong is op weg van zijn bisschoppelijk paleis aan de Maliebaan naar Overijssel. Reizen is geen sinecure in de zomer van 1944. Er is geen benzine meer te krijgen. Auto’s kunnen alleen nog de weg op als ze een gasgenerator achter zich aanslepen, of als ze enorme hoeveelheden gas vervoeren, die de motor aan de gang houden.

Himmler op de Maliebaan

Wat misschien nog wel het meest opvalt in het filmverslag van het Polygoon Journaal over het bezoek van Reichsführer SS Heinrich Himmler aan Utrecht, op dinsdag 19 mei 1942, is Himmlers zonnige humeur. Er zijn niet zo gek veel beelden van Himmler beschikbaar, en zeker niet van een lachende Himmler.

Mussert, mei 1940

De Maliebaan ligt er prachtig bij, deze avond van 9 mei 1940. Het is een stralende dag geweest, niet heel warm, de hele dag heeft de zon geschenen. Er komt weer blad aan de bomen van de brede laan. Op nummer 35, het hoofdkwartier van de Nationaal Socialistische Beweging, de NSB, vergadert de politieke raad.

Klappen voor de rector-magnificus

De woelingen op Dolle Dinsdag 5 september 1944 leveren nog een hachelijk avontuur op voor een vooraanstaande bewoner van de Maliebaan: de rector-magnificus van de Utrechtse universiteit, prof dr L. van Vuuren, hoogleraar geografie, wonend op nummer 109. Hij is al in 1941 tot hoogste bestuurder van de universiteit benoemd, al is hij het eerste jaar nog waarnemend rector.

« »